Tribunalen

In het Tribunaalbesluit (Stb. E 101) werd geregeld dat:

Nederlanders die, lid waren geweest van een nationaal socialistische organisatie, voordeel getrokken hebben uit vijandelijke maatregelen of door de regering in Londen uitgevaardigde maatregelen niet hebben opgevolgd, kon een aantal maatregelen worden opgelegd:

1.    internering

2.    ontzetting uit bepaalde rechten

3.    verbeurdverklaring van het vermogen

In heel Nederland werden tribunalen opgericht. Een tribunaal bestond over het algemeen uit een jurist als voorzitter en twee leden, van goede naam in het gebied waar zij rechtspraken. Vonnissen van de tribunalen kregen pas rechtskracht na “fiat-executie” van een hoge overheid, aangesteld door de Rijksoverheid.

De Tribunalen werden opgeheven per per 1 juni 1948.

 

Zie verder:

WET van 13 mei 1948 tot opheffing van de bijzondere gerechtshoven, de Bijzondere Raad van Cassatie en de tribunalen.